Verplichtingen als gebruiker van bestaand drukapparatuur?
Klik op onderstaande link voor ons antwoord.
Drukapparatuur zijnde stoom- of dampvaten/- ketels vielen tot nov. 2002 onder de Stoomwet / Stoombesluit.
Alle apparatuur niet zijnde stoom - of dampvaten vielen niet onder de Stoomwet maar onder de Hinderwet, tegenwoordig Milieuwet.
Alle bedrijven hebben Hinderwetvoorwaarden (tegenwoordig: beschikking Milieuwet) waarin staat waar dat bedrijf zich aan te houden heeft. In die voorwaarden, die per bedrijf kunnen verschillen omdat het gemeentelijke regelgeving betreft, kan een hoofdstukje staan betreffende drukapparatuur. Voorheen verwees dat dan naar de Dienst voor het Stoomwezen als instantie die een BOB (Bewijs voor onderzoek en beproeving = geboortebewijs toestel) moest afgeven, al dan niet aangevuld met een VGB (Verklaring van geen bezwaar = keuring voor ingebruikname). Als er in de Hinderwetvoorwaarden niets stond over drukapparatuur dan hoefde de gebruiker ook niets te doen om toch aan de wet te voldoen. Bij apparatuur van kleinere bedrijven en bijvoorbeeld koeltechnische installaties is dit veelvuldig voorgekomen.
De wettelijke verplichtingen voor drukapparatuur is sinds juli 1999 vastgelegd in het Warenwet Besluit Drukapparatuur.
(Beschikbaar op de site van het Ministerie voor Sociale Zaken). Het toepassingsgebied is hetzelfde als de PED (97/23/EG), nl. drukapparatuur meteen ontwerpdruk > 0.5 bar, met de uitzonderingen zoals vastgelegd in de PED. Echter in het Warenwetbesluit zijn ook de eisen voor het ingebruiknemen en de gebruiksfase vastgelegd. Deze aanvullingen zijn resp. in 2002 en 2005 in de wet opgenomen. Richtlijn hoe om te gaan met het WBDA is vastgelegd in de PRD's (Praktijkregels voor Drukapparatuur).
Toestellen die voor augustus 2005 in gebruik waren en nog zijn, waar niet aan gewijzigd wordt en die niet verplaatst worden, maken gebruik van het overgangsrecht zoals vastgelegd in het WBDA.
De verplichtingen zijn als volgt:
drukapparatuur moet geleverd worden met CE-markering (behalve voor de kleinere apparatuur), de gebruiker moet zich ervan vergewissen dat dit inderdaad het geval is;
daarna moet een beoordeling van het druksysteem plaatsvinden (de apparatuur in installatieverband);
boven bepaalde grenzen moet een keuring voor ingebruikneming uitgevoerd worden;
vervolgens moet er om 2, 4 of 6 jaar een periodieke herkeuring plaatsvinden;
bij reparties of wijzigingen moet een beoordeling en inspectie plaatsvinden.
Vervolgens...
Neem contact met ons op voor meer informatie